
Manoeuvreren met een gat in de romp
van de WALTA.
(En bijdrage van Arthur de Vries;
eigenaar van de WALTA. E-mail:
celstar@skynet.be )
We gaan 4 jaar terug in
de tijd. In een jachthaven in Hellevoetsluis hebben we een pracht van een
schip gevonden, een Dartsailer 38. Oorspronkelijk was dit voor ons een
totaal onbekend merk, maar we werden aangetrokken door de lijn van het
schip. Door contact te zoeken met redacties van watersportbladen en met de
Dartsailerclub kwamen we goed op de hoogte van de
sterktes en zwaktes van dit type schip. Na een uitvoerige keuring, met
extra aandacht voor die mogelijke zwakke plekjes, kwam de WALTA er met een
keurig rapportcijfer van af. De expert complimenteerde ons op de goede
keuze en de staat van het schip. Natuurlijk waren er wel een paar punten
van aandacht, maar over het algemeen was dit één van de betere Dartsailers
die hij had gezien. Wel vroeg hij zich af waarom dit schip geen boegschroef
had. Uiteindelijk heeft het schip een aanzienlijke waterverplaatsing en een
flinke windvang. Naar zijn mening zou was dat een gemis op het schip.
Nu hadden we al eerder
via de club vernomen dat een boegschroef absoluut geen overbodige luxe was,
dus zijn opmerking versterkte ons gevoel dat het schip niet compleet was.
We kregen het gevoel dat
we zonder boegschroef als een onmanoeuvreerbaar schip een gevaar op de
waterweg zouden worden. We zagen ons al met onze circa 15 ton een ravage
aanrichten aan de lichtgebouwde snelle jachtjes in een sluis. En kon je
zonder boegschroef wel probleemloos aanmeren, met name achteruit in een box
? Onze overtuiging om het schip te kopen stond onder druk, ondanks de goede
keuring en adviezen.
Onder het motto “zien is
geloven” stapte ik naar de eigenaar en legde hem mijn twijfel uit. Zijn
reactie was krachtig: “Die boegschroef is totaal niet nodig, ga maar mee en
dan zal ik het je laten zien”. De eigenaar was een man van in de 70 jaar,
met een enorme nautische ervaring, zowel door de hobby als professioneel.
Hij was met het schip al op allerlei verre bestemmingen geweest. In het
logboek van de WALTA toonde hij de verslagen van zijn bezoeken aan
Frankrijk, Ierland en Noorwegen. Deze man kon lezen en schrijven met zijn
schip.
Bij het uitvaren uit de
box mocht ik toekijken, hij verrichtte op zijn gemakje alleen alle
handelingen, van lijnen tot aan bediening van de motor. Terug naar de box
varend vroeg hij mij goed op te letten opdat ik de volgende keer zelf het
schip achteruit die nauwe box in kon varen. Inmiddels was het windkracht 6
geworden, en zonder de minste moeite manoeuvreerde hij het schip,
gebruikmakend van het schroefeffect en een hulplijntje, de box in en maakte
de lijnen eigenhandig weer vast. “Nu jij” klonk het - ik was er toch niet
geheel gerust in – “ik doe de lijnen wel”. Het uit de box varen, ook weer
geholpen door het schroefeffect, ging prima. Nu nog terug de box in. De
eerste keer leek het nergens op, maar na een paar pogingen lukte ook dat
prima. Het schip deed exact wat ik van haar verlangde. Nadat deze test was
volbracht voeren we door de haven en legden we op verschillende andere
plaatsen aan. Langs een steiger, aan hoger wal, aan lager wal, het ging
allemaal goed. Zelfs het keren op schroefeffect in een nauw stukje van de
haven ging probleemloos. Ik was overtuigd, dit schip had geen boegschroef
nodig, de koop werd rondgemaakt.
Ettelijke jaren hebben
we nu gevaren met de WALTA, en altijd hebben we ons kunnen redden zonder die
boegschroef. Als we andere boten zagen die wel een boegschroef nodig hadden
bij het aan- en afmeren, liefst bij die moderne schepen uitgerust met een
vinkiel, voelden we ons ervaren manoeuvreerders. En toch, zo nu en dan bij
het aanmeren, met name in die sluizen, hadden we toch wel onze handen vol,
steeg de stress aan boord, en keken we toch wel eens wat jaloers naar die
andere schepen met die “krrrrrrrr” motortjes in de boeg. Eigenlijk
kwam voor ons de bekering door Céleste. Tijdens dergelijke manoeuvres
moesten we ons niet alleen bezig houden met het schip maar ook haar met 2
ogen in de gaten houden en met 3 handen in bedwang houden. Het beslissende
moment kwam in de Grevelingensluis. Op het moment van binnenvaren in de
sluis viel Céleste van een trap en kwamen we handen te kort met
manoeuvreren, aanleggen, en Céleste helpen. Dankzij de buil van Céleste
hakten we de knoop door. We gingen op zoek naar een betaalbare boegschroef.
Het volgende voorjaar
lag WALTA op de kant bij Delta Yacht in Colijnsplaat en kon operatie
“boegschroef” beginnen. We hadden de volledige inbouw van de boegschroef
aan de mensen van Delta Yacht uitbesteed. Gekozen werd voor een Vetus
boegschroef van 95 Kgf, de sterkste boegschroef van dat type en merk, welke
nog steeds met 12 Volt kan worden gevoed. De boegschroef zou worden bediend
met een bedieningspaneel in het stuurhuis en een tweede bij de stuurstand in
de kuip.
Het was even schrikken
maar nadat we na een paar dagen op de werf kwamen kijken naar de voortgang
zat er een gat met een diameter van meer dan 20 cm aan beide zijden in de
boeg. Op die plek, met een rompdikte van bijna 3 cm, zou de boegschroef
worden geplaatst. Door de gaten werd een koker geschoven, welke op maat
gemaakt, en in de gaten en op verschillende steunpunten werd bevestigd. De
koker loopt door de ruimte onder het voorste opbergvak van ons bed in de
voorkajuit. Bovenop de koker werd de motor (circa 30 cm hoog) van de
boegschroef gemonteerd, waarbij de as naar de schroef door de koker gestoken
wordt. Het geheel in het opbergvak werd netjes afgewerkt en geschilderd.
Ondanks dat de motor nogal wat plaats in beslag nam, bleef er toch voldoende
plaats over om de zak met de halfwinder weer terug in de bak op te bergen.
Aan de buitenkant werd de schroef in de koker (tunnel) gemonteerd, en werd
het geheel ook netjes geschilderd.
Dan de
elektriciteitsvoorziening nog. Zware kabels werden aangebracht tussen de
boegschroef voorin het schip en de accu’s in de motorkamer, afgezekerd met
een paar heftige zekeringen. Al snel bleek dat de oude accu’s niet van plan
waren om ook deze belasting op zich te nemen, en besloten we de hele
accubank te vernieuwen en uit te breiden. Nadat ook de bedieningspanelen
aangebracht waren was de operatie afgerond. Terug het water in, en na
instructies door Delta Yacht, konden we het resultaat gaan testen. Eerst in
de box: Krrrrr, hé we gaan naar stuurboord; krrrrrr en nu naar bakboord, goh
wat leuk zeg. Daarna gingen de lijnen los. Er stond een lastige wind, en
normaal gesproken zouden we zonder hulplijntje niet probleemloos uit deze
box weg kunnen komen. Achteruit uit de box varende, met de hulp van krrrr
de boegschroef draaide de boeg als een zonnetje in de juiste richting, en
voeren we op ons gemakje de haven uit.
Inmiddels hebben we het
vaarseizoen 2005 afgesloten en kunnen concluderen dat de boegschroef perfect
werkt. Een paar keer waren we zelfs blij dat we er één hadden.
Voortaan kunnen we dus
manoeuvreer met het gat in de boeg, krrrrrrrr…….
Wil je meer weten over de techniek,
stuur dan een email, of kom eens ter plaatse kijken.
|
|
|
Ziet er strak uit
|
|
|
|
Gat in de romp
|
|
|
|
De koker zit in de romp
|
|
|
|
Schroef in de tunnel
|
|
|
|
Detail van de schroef
|
|
|
|
|
Montageflens motor op koker
|
|
|
|
Detail aandrijfmotor
|
|
|
|
Aandrijfmotor van de boegschroef onder de voorkooi
|
|
|
|
Bediening in de kuip
|
|
|
|
Bediening in het stuurhuis
|
|
|
