Ben Visser wilde met de Dartsailer 38 VISSER vanuit Arzal (Zuid Bretagne), via de Solent, terug naar Nederland. 
Het is anders gelopen.
Een verhaal dat eerder verschenen is in het blad van de Zeezeilvereniging
Bonk..!!
Aan de voorbereiding heeft het niet gelegen, want daar zijn we tussen het werk door wel een paar maanden mee zoet geweest. Dat is echter geen garantie voor succes, zo is weer eens gebleken.
Bonk… ongeveer 100 meter nadat ik, samen met twee andere boten, de sluis bij Arzal was uitgevaren, heb ik met de onderkant van mijn kiel iets geraakt. Een flinke bonk alarmeerde mij. Paniek had ik echter geenszins, omdat ik vrijwel gelijk dacht dat het aan onderkant van mijn massief betonnen langkiel was gebeurd. En dat de romp niet was geraakt. Roer en schroef waren gewoon intact en ik heb niet vast gezeten. Er was ook helemaal niet iets in het water te zien. Omdat er verderop, de rivierdelta uit naar open zee, nog een paar ondieptes in de geul zitten, stuurde ik naar de wachtsteiger om daar nog even te wachten tot dat er genoeg water stond bij het opkomende tij.
De voorbereiding
Drie dagen hiervoor was ik vol enthousiasme met mijn broer Ruud in een afgeladen auto naar Arzal gereden. Naast al mijn eigen bagage (en al veel voor mijn zoon Ron) om een maand weg te blijven had ik onder andere veel extra gereedschap, nieuwe (belachelijk zware) accu’s en verder van alles en nog wat bij me. Nadat mijn broer de volgende ochtend direct weer naar huis is vertrokken, ben ik de boot verder in gereedheid gaan brengen.
Gelukkig waren de jachthaven jongens zo vriendelijk om met de lange vorkheftruck de accu’s omhoog te brengen en de oude weer naar beneden. De VISSER stond namelijk nog hoog en droog op de bok.
Na een paar dagen – met prachtig lenteweer – flink doorwerken, was het zover dat de boot het water in ging. Alles verliep voortreffelijk en ik had er enorm veel zin om (solo) koers naar zee te zetten. In het water, maar nog in de sling, liep de motor direct als zonnetje en de boot bleef na gedegen onderzoek onder de vloer kurk droog. Eenmaal uit de haven had ik nog maar één taak te doen: het uitvoeren van de seatrial (zee kalibratie) van de nieuw geïnstalleerde Raymarine X30 pilot computer. Na een uurtje varen en hiermee spelen was dat ook in orde en heb ik nog een uur gedobberd voordat ik de sluis in kon. Alles voelde goed en ik wilde die middag op mijn eerste zeedag rustig oversteken naar Port Haliguen op Quiberon.
Water…!
Wat er vervolgens gebeurde heb ik eerder al beschreven, maar hoe het daarna verder ging vertel ik jullie ook graag. Aan de wachtsteiger gelegen heb ik nog een routine rondje schip gedaan en kwam zo aan het einde ook weer onderdeks. Daar viel me op dat ik wat water in de bilge had. Ik had toen nog geen verband gezocht met de “bonk” van even daarvoor. Ik zag dat het achter in het motorruim ook nat was en dacht aan lekken aan de gland of iets dergelijks. Na het starten van de motor zag ik dat er water uit de wierpot lekte en dacht ik de oorzaak gevonden te hebben. De rubber ring sloot niet meer goed af, mogelijk uitgedroogd of gewoon wat versleten. Na het dichtzetten van de afsluiter en het leegpompen van de bilge ben ik terug naar de haven gelopen en in de watersportzaak een nieuwe ring gekocht. Was
standaard Vetus dus die hadden ze gelukkig liggen. Terug aan boord heb ik de ring vervangen maar zag ik helaas dat er weer water in de bilge was gekomen.
Nog steeds water..!
Toen maakte ik me ineens zorgen, waar komt dat water in hemelsnaam vandaan?! Dus gelijk één voor één alle afsluiters nagelopen en daarna ook nog de RVS watertank die vooronder in de bilge zit leeg laten lopen. Bijkomstig “probleem” was dat het water niet zout was en ik niet kon vaststellen of het van binnen of buiten kwam. Op het einde van rivier delta vlak voor de sluis is het water ook niet zout waardoor ik het onderscheid niet goed kon maken. Ondertussen liep de bilge ongeveer elke 20/30 minuten helemaal vol en pompte ik die telkens leeg. Gaandeweg werd het me duidelijk dat de oorzaak elders lag. Langzaam begon ik mij te beseffen dat de “bonk” hier iets mee te maken kon hebben. Ik kon nog steeds niet zien waar het water vandaan kwam.

Lek laminaat!
Na minutieus onderzoek met zaklampen in de bilge onder de motor zag ik uiteindelijk tot eigen ongeloof dat er op meerdere plaatsen water sijpelde door het laminaat heen.
Hier heb ik nog een ‘leuk’ fillmpje van gemaakt met mij iPhone. Dat kon je alleen zien als de bilge helemaal leeg was. Toen viel bij mij het kwartje, de “bonk” moest op de een of andere manier een breuk naar boven hebben veroorzaakt. De druk zorgde voor de rest. Er restte mij nog maar een ding, zo snel mogelijk het water uit. Het was al ruim na 17.00 uur toen ik geschut kon worden. De haven had ik gebeld en zij hebben mij enorm geholpen door tot na 18.30 uur door te werken om mij na werktijd nog uit het water te halen en weer op mijn oude plek op de bok te zetten. Je zag direct waar het water eruit kwam, het bleef maar lopen….

Emoties gieren
Je gelooft eigenlijk niet wat je ziet, emoties gierden door mijn lijf. Ongeloof en het besef dat je reis ten einde is, maakten het een vreemde gewaarwording. Aan de onderkant van de kiel vlak voor het roerscheg zag je waar de kiel op de grens met het laminaat een klap heeft gehad. Op de foto zie je ook dat er een gleuf zit. Volgens de expert is vandaar uit een breuk in het beton ontstaan naar boven. Anderhalf uur later liep het water er nog met een straaltje uit. De dagen daarna tot en met het op transport zetten druppelde het nog steeds.

Verzekering
De volgende dag heb ik de hele dag door met de verzekering contact gehad en heb ik een lokale jachtwerf een rapport laten opmaken. De verzekering heeft via hun internationale tak een expert in Nederland ingeschakeld, waar ik de dagen erna contact mee heb gehad. Ik wilde de vaart erin houden en omdat de verzekering wachtte totdat de Nederlandse expert uitsluitsel kon geven, heb ik hem verzocht om gelijk naar Arzal te komen. Dit was echter niet snel mogelijk en daarom heb ik hem het rapport doorgestuurd dat de Franse werf had opgemaakt. Deze werf kon echter pas op zijn vroegst eind juni beginnen aan de reparatie.
Mijn verzekering had echter de optie om de boot te repatriëren indien reparatie binnen een paar weken niet mogelijk was. Deze kaart heb ik uiteindelijk getrokken nadat de Nederlandse expert de verzekering had geïnformeerd over de geconstateerde situatie/schade.
Op transport
Na twee weken op de haven gebivakkeerd te hebben is de boot uiteindelijk op transport gegaan. Een vriend van mij is de laatste drie dagen naar Arzal gekomen en heeft me geholpen met het transport klaar maken van de VISSER. Het was een gigantisch karwei om alles in gereedheid te brengen om de masten plat te leggen en met name om daarna alles zodanig te zekeren dat het veilig en zonder schade te berokkenen op de enorme dieplader geplaatst kon worden.
Drie dagen later is de VISSER in Lelystad bij Flevo Marina gelost en bij Yachtservice & Refit op Flevo Marina in reparatie gegaan. Ook daar moest er eerst weer een nieuwe jachtexpert bij komen van de verzekering. Dit heeft wel nog wat gesteggel gekost met de expert en verzekering, maar het is uiteindelijk goed gekomen.
Het feit dat de werf en ikzelf de kiel volledig wilden dicht lamineren (in plaats van reparatie van het origineel: open betonnen langkiel die alleen maar opgevuld en gecoat zou worden), werd als een verbetering gezien en daar heb ik uiteindelijk zelf aan meebetaald. Dat was het alleszins waard!
Eind juni konden we weer varen. Een zeilreisillusie armer (ook voor mijn zoon Ron) maar een enorme ervaring en totaal onverwachts “avontuur” rijker.

Recente reacties